Toon staat in de file, al een half uur ofzo. Had hij zich net zo goed nog kunnen scheren. Trommelen op het stuur, ruitenwissers sneller, langzamer. Hij neemt een slok koude koffie. Een dun straaltje loopt via zijn mondhoek naar beneden en vormt een druppel aan zijn kin, valt dan op de witte kraag. Godver. Doekje pakken uit het dashboard. Nou ja, laat ook maar. Links van hem rijdt een Saab met een hippie achter het stuur, soms voor, dan weer achter hem. Wat een tyfusherrie maakt dat ding. Toon kijkt zo geërgerd mogelijk naar links, dan weer vooruit naar een remlicht dat soms wel 20 seconden brandt.

Vanuit de lucht bezien lijkt file op een autosoep, een kleffe massa in twee dunne slierten die in tegengestelde richting bewegen. Als je van dichtbij gaat kijken zie je de stukjes. Rood, veel blauw, meer metallic grijs. Nog dichterbij en je ziet door kleine raampjes de levens in die auto’s. Stukje rijden, stoppen, stukje rijden. Bestuurders zuchten om de beurt, maken bubbels in de soep.

Een rood kruis boven de linkerrijstrook en een hoop geknipper verderop zorgen voor wat reuring. De hippie in de Saab wil voor hem invoegen. Geen denken aan dat ik achter die bak ellende ga rijden, denkt Toon. Hij drukt zich tegen zijn voorganger aan, zo dicht dat hij de tanden van de grijnzende Bifi-bumpersticker kan tellen. Maar de hippie laat zich niet kennen en duwt door. ‘KAN JE NIET RITSEN! EIKEL!’ Toon steekt zijn middelvinger op, de hippie zwaait en de Saab ronkt. Dan maar de radio aan. Verkeersinformatie – ja, ja, ik weet ook wel dat ik in de file sta. Tien minuten en weinig meters verstrijken. Ook Toon’s hangende ogen staan inmiddels op file. Grijs en uitzichtloos. Wanneer is het nou eens afgelopen, dit gezeik. Elke dag hetzelfde liedje. Een popsterretje maakt een wanhopige uithaal die verdrinkt in de knetterende uitlaat van de Saab.

Om tien over zes staat Toon weer in de file. Nog steeds of alweer regen. ‘Het is toch te gek voor woorden,’ zegt hij hardop tegen de achteruitkijkspiegel. De Saab is hij vergeten, net als de grijnzende Bifi-worst. Hij trommelt, vloekt zacht en neemt zich voor om ontslag te nemen, of onbetaald verlof. Dan lijkt er beweging in te komen. Toon geeft gas, zijn ruitenwissers zwaaien. Drie keer van links naar rechts en terug tot hij weer stilstaat. ‘Muurvast,’ bevestigt de stem op de radio. Toon zucht. Morgen weer een dag.

Post a comment