‘Slok melk?’ ‘Ja.’ Paco is niet het type dat je door de koffiedamp zwijgend aankijkt; geen filosoof en zonder veel opsmuk. Hij leest zelfhulpboeken. Ik houd mijn mok een beetje schuin terwijl hij een goeie scheut melk inschenkt. Hij is al een tijdje werkloos. Soms gaat hij naar de OBA om dingen te doen. Straks gaat hij ook weer, meestal naar de derde verdieping.
Tussen ons in op de hoek van het keukeneiland ligt een boek over time management. Het is geschreven door een Poolse psycholoog met een moeilijke naam. We vermaken ons een tijdje met mislukte pogingen om al die medeklinkers achter elkaar uit te spreken. De oplossing volgens dat boek: to-do lijstjes. Opschrijven wat je moet doen, netjes onder elkaar, met lege vierkantjes ervoor. Een stift om kruisjes of v-tjes te zetten en de rest gaat vanzelf.
Ik vraag of hij naar de bieb gaat om to-do lijstjes te schrijven. ‘Kap es,’ zegt hij met zijn brede grijns. Jongensachtig. Hij is moeiteloos mooi en weet het. Jonge Amsterdammers proberen iemand te zijn en vaak lukt dat zonder dat het opvalt, maar als je dan een beetje schuin kijkt zie je het meteen. Paco niet, hoewel ook hij niet zonder pretentie is. Hoe hij beweegt en hoe hij praat en waar hij van houdt – dingen die om erkenning vragen.
Toch: “10 life hacks die je leven veranderen,” moderne wijsheden voor mensen die drukdrukdruk zijn, leest Paco zonder gène. Ik drink mijn laatste slok. We staan op, fietsen nog even naast elkaar langs de Brouwersgracht, slaan dan ieder onze eigen weg in. Op mijn tong ligt nog het laagje, slingerend tussen bitter en zoet.