9 april ’19 — Ik ben aangekomen in Thessaloniki, een Griekse havenstad aan de Egeïsche zee. Met driehonderdduizend inwoners en smalle steenweggetjes voelt deze plek intiem, hoewel buiten de antieke stadsmuren het inwoneraantal oploopt tot een miljoen. Ik ben niet op reis, maar nu toch even reiziger. Morgen bereik ik aan het einde van de middag mijn eigenlijke bestemming: Serres, ruim 80 kilometer ten noordoosten van Thessaloniki.

In Serres ga ik in het LHI Refugee Center meewerken, een educatie- en recreatiecentrum in het verlengde van vluchtelingenkamp Serres, waar op dit moment duizend Irakese Yazidis zijn ondergebracht. Dit zijn vrouwen, mannen, meisjes en jongens die zijn ontkomen aan massamoorden, deportaties en nog altijd plaatsvindende (seks)slavernij door ISIS. De genocide op de Yazidis werd in de vroege ochtend van 4 augustus 2014 ingezet en duurt nog altijd voort: duizenden van hen leven ook vandaag nog in gevangenschap in Syrië. Mensen in Serres wachten op de beoordeling van hun asielaanvraag; de meesten hopen op opname in Griekenland, velen in Duitsland, sommigen in andere EU-landen. Dit duurt lang. Jarenlang. De vooruitzichten, hoewel divers, zijn niet goed.

Wat ga ik doen? Ik ga bij LHI in een team van in totaal 20 vrijwilligers en coördinatoren meehelpen met het sorteren en verdelen van voedsel en “non-food items”, activiteiten organiseren voor jonge kinderen en piano- en muzieklessen geven. Ik heb me zo min mogelijk voorgenomen. Drie voornemens zijn overeind gebleven: doen wat ik kan, schrijven en mens zijn. Ik probeer aan iedere dag een paar woorden te wijden. Of dat lukt weet ik niet, maar ik neem verhalen mee naar huis om te delen. Luister jij?

Post a comment