Ik stap in een taxi, noem het adres, vraag de zwijgzame chauffeur eerder te stoppen en wandel door al even stille straten. Veel flats, weinig opsmuk, een hond, een mens. Aanbellen bij de Amerikaanse naam, omhoog naar de vijfde. De lift heeft geen deur en ik aai de zinkende verdiepingen van mijn nieuwe thuishaven. Ik word begroet door Anna en in de uren die volgen ontmoet ik, in order of appearance, het merendeel van mijn in totaal negen huisgenoten. Ze komen uit Duitsland, Frankrijk, Catalonië, Ierland, Engeland, Canada—een lijstje dat zich de komende dagen steeds verder zal uitbreiden.

Het is weekend hier, zoals iedere week op dinsdag en woensdag, en de sfeer die van bijkomen. Carol kijkt een film, Anna schildert een prentje met waterverf, er wordt een simpele maaltijd gekookt en op losse toon geconverseerd. Ik lees een rapport uit 2018 met aanbevelingen voor de herontwikkeling van de Sinjar-regio in Noord-Irak, de eeuwenoude geboortegrond van de Yazidis waar ze baden naar de zon. Daarna een artikel over Griekse vluchtelingenkampen anno 2016: canvas tenten in de sneeuw, wéér geen warm water, haperende elektriciteit. In kamp Moria stierven een vrouw en haar peuter bij een brand, nadat veel families weigerden nog buiten hun tenten in de vrieskou te koken.

Eén voor één verdwijnen mijn huisgenoten weer in de coulissen, good night, sleep well, en ik maak me klaar voor de eerste nacht, voor mijn eerste dag.

Post a comment