De hokjesdanser is gek op poolparty‘s. Natte naakte lijven. Vlees, vlees! Hij weet hoe het zit, want zijn oordeel is het laatste. Hij drinkt red wine, hij drinkt wel meer. En het is fucking heet in zijn hokje; de hokjesdanser is op stoom. Hij danst zo dat anderen geloven dat hij danst. Zo met zijn knieën en ellebogen en borst en zonder hart. The act of seeing and being seen, zingt hij zacht. Zijn kortzichtige ogen glijden langs gladde gespierde schouders, langs ruggen met zweetparels en langs stevige tepels. De hokjesdanser wuift die lijven in kleine broekjes compromisloos in smalle verdicten.
Lekker.
Lelijk.
Slappe billen.
Grote piemel.
Viber.
Basic bitch.
Oh my god!
Nee.
Hij kijkt niet ver, kijkt nooit naar binnen. Het hokje van de hokjesdanser is donker en oorverdovend. Vier mental walls druipend van nu nu nu, een gesloten deur met kijkgat. Knieën, ellebogen, borst, bonkend hard. Blind en doof danst de hokjesdanser door de nacht, door de dag. En weer een nacht.
Hij is nooit moe,
praat met niemand –
just drinking wine and judging people.
Niet genoeg gedanst, nooit genoeg gejudged.
LikeLike