I. Het sluimert

Ik ben aangekomen in een liefdevol stadje dat zich loom over een heuvelige kust uitstrekt. De hemel ligt als een vette grijze deken over het pastel van Thessaloniki. Grote plassen verraden regenval, laagjes afgebladderde verf: generaties en het verloop van tijd. Het lijkt veraf van de plek waar ik morgen voor even een thuis zal vinden. Daar zijn huizen gemaakt uit tentdoek in plaats van deze doorleefde muren met schaafwonden van baksteen. Dáár is een generatie verdwenen en zijn de wonden van de levenden te groot voor een kader.

Maar ik ben nu hier, anderhalf uur en een hele wereld verwijderd van kamp Serres, en hier is mijn tred onbezwaard, mijn stemming frivool, mijn wegen die van een reiziger in de bloei van haar leven. Ik heb smalle, vreemde straatjes aan mijn voeten, kies mijn route op schoonheid. Voordat ik vertrok werd ik geprezen. Wat dapper, dat je dat gaat doen! Dapper, het rijmt niet, het wringt. De zon is al onder in Thessaloniki en de gele gloed van de lantaarns werpen contrasten met veel donker. Ik kijk omhoog in het licht en knijp mijn ogen nog heel even dicht.

IMG_8945

II. Schepen voor anker

Ook hier doet de zee iets met mij. Zilver in het koele licht van de boulevard. Het glanst in mijn ogen en het schip verderop maakt geen aanstalten om uit te varen.

III. Thessaloniki

Overdag zijn het de mensen, de katten in de nacht / ik zie op straat geen vrouwen met hijab / heuvel af voor middernacht: ergens een fluit, twee kwartslagen omlaag een gitaar.

One thought on “ Schepen voor anker ”

Leave a reply to Niels Cancel reply